Impressie van Fort Flevum aan het Oer-IJ (beeld stichting Oer-IJ)

Urk, een mysterieuze naam uit de prehistorie

Door Sjoerd Haagsma |

Toen Urk in 1966 haar duizendjarig bestaan wilde gaan vieren was dat opnieuw aanleiding om te speculeren over de betekenis van deze mysterieuze naam en zo kwam men tot de orca. Een grote indrukwekkende walvis die symbolisch goed aansloot bij het Urk van 1966, een indrukwekkend succesvolle vissersplaats! Een beeld van de orca werd trots geplaatst bij het begin van het dorp en nieuwe sportverenigingen namen graag zijn naam aan. Echter hoe blij men ook met dit zelfbeeld van Urk ook was, het had weinig van doen met een meer wetenschappelijk onderzoek naar het ontstaan en de betekenis van de naam.

Rivierlandschap met koeien, Aelbert Cuyp, ca. 1645 - ca. 1650

What’s in a name?

Nu is het ook geen gemakkelijke taak om de betekenis van de naam Urk te achterhalen. Als de naam voor het eerst in historische documenten genoemd wordt – als Urck, Urch, Urc of Orc en door Arent Toe Boecop in de 16e eeuw geschreven als Urrick – lijkt de naam al vele generaties lang te bestaan, maar hoe lang en wat het toen betekende weten we niet. Er zijn geen documenten meer die ons inzicht kunnen geven, m.a.w. we zitten in de prehistorie. En in de prehistorie moet je anders leren ‘lezen’: wat kun je vertellen van het landschap, waar woonden mensen, welke cultuur hadden ze en welke taal spraken ze?

Als we iets een naam geven dan betekent die naam iets. Het maakt duidelijk wat die plek voor ons betekent. Na verloop van generaties verandert de situatie echter, de naam blijft bestaan – zo heet het nu eenmaal – maar men weet niet meer wat het betekent, waarom die naam oorspronkelijk werd gegeven. Op dat moment veranderen namen dan vaak. Het woord krijgt een andere klank, lettergrepen worden samengetrokken of krijgen een heel nieuwe betekenis! Bijvoorbeeld: vroeger werd er op Urk bier gemaakt. Daarvoor was hop nodig en waar deze hop op het land voorkwam of verbouwd werd noemde men Het Hop. De Urkers spraken dit echter uit als Et Op en zo werd de naam ‘Het Top’, heel iets anders dus. Daarom moeten we bij namen ons steeds afvragen: wannéér werd die gegeven en was de betekenis toen nog duidelijk, welke taal spraken de mensen toen, en hoe leefden ze? Dit willen we nu met de naam Urk dieper onderzoeken, om te zien wat we op die manier nog uit de prehistorie over de betekenis van Urk kunnen achterhalen.

Wat werd met Urk bedoeld?

Wie wil graven in het verleden, moet beginnen in het heden! En dan is er wel wat bijzonders aan de hand met de naam Urk! Het dorp wat we Urk noemen, heeft voor Urkers geen naam! De berg waar het op ligt heeft ook geen naam! Het oude dorp wordt eenvoudig “het dorp” genoemd en de berg “de berg”! Met Urk lijkt dus niet het dorp of de berg, maar het gebied van het (vroegere) eiland bedoeld, zoals dat in de loop van de tijd is ontstaan en steeds kleiner geworden. Deze situatie was ontstaan aan het eind van de 16e eeuw. Aan de zuidwest kant van het toen nog wat grotere eiland lag op de Espelerberg het belangrijkste dorp, Espele, waar ook de belangrijkste kerk stond. Maar aan het eind van die eeuw verdween dit dorp met een flink stuk van de berg in de golven van verschillende stormvloeden die de kusten van de toenmalige Zuiderzee teisterden. Met het dorp verdween ook de naam Espele en werd de Espelerberg gewoon ‘de berg’ en wie de stormvloed overleefd had bouwde een nieuw huis hoger op wat er van de berg nog overgebleven was. De enige naam die nog overbleef was de naam van het eiland: Urk.

Nog vroeger, rond het jaar 966, toen de naam Urck voor het eerst werd vermeld, wordt het minder duidelijk wat toen met Urk bedoeld werd. In die tijd was Urk (deel van) een schiereiland. Onder invloed van het middeleeuws klimaatoptimum (de warme periode van ca. 800-1200) steeg de zeespiegel. Door stormvloeden en overstromingen werd het Almere één groot water en ook in het noorden werd allerlei laagland weggespoeld, waardoor de Zuiderzee ontstond. De belangrijkste haven, Nagele, waar goederen van zeeschepen overgeladen werden naar rivierschepen en andersom, verdween in de nieuwe zee. Emmeloord (Emelwerthe = terp langs een waterloop) en Ens (Ende+sae = Eendenmeer) werden kort daarna afgescheiden van wat vanaf toen het eiland Urk ging heten. Dus wat werd er met Urk precies bedoeld toen Urk nog een schiereiland was?

Op het moment dat de naam Urck voor het eerst in de geschiedenis wordt genoemd, wordt met Urk een bepaald gebied bedoeld, verdeeld onder twee graven: de Friese graaf Gardolf en de Saksische graaf Everhardt, wat uiteindelijk de Duitse keizer Otto I toekomt en die later dan twee grote landgoederen in dit gebied in leen geeft aan twee kloosters: het klooster Elten in Duitsland en het klooster Pantaleon bij Stavoren. Het gebied Urk lijkt aldus te bestaan uit verschillende delen: aan de ene kant landgoederen die geld op moeten brengen voor de kloosters en aan de andere kant maar gedeeltelijk ontgonnen laagveen- en moerasgebieden, waar een aantal vrije boeren probeerden een bestaan op te bouwen. De opbrengsten van de landgoederen waren maar matig, dus veel boeren zullen het niet zijn geweest die in het resterende gebied ‘hun hoofd boven water konden houden’!

Wat betekende de naam Urk?

De naam Urk duikt voor het eerst in 966 op in historische documenten, samen met andere namen uit de latere Noordoostpolder. Van die andere namen is de betekenis redelijk met enige zekerheid te achterhalen, maar juist die van Urk niet. Dit heeft vele mensen geprikkeld toch deze betekenis te vinden.

In het Urkerland verscheen in 2006 een artikel dat redeneerde dat Urk een samentrekking zou kunnen zijn van ‘Ur’ en K, waarbij Ur of Or ‘kust’ of ‘helling’ zou betekenen en de K op een ‘hoogte’ zou wijzen en aldus Urk ‘Hoogte aan de kust’ zou kunnen betekenen . Een ander achtte het waarschijnlijk dat Urk afgeleid zou zijn van dezelfde naam als die van de Engelse Orkney-eilanden, waarin orkn 'rob' betekent (zie noot 1 en 2). 

Anne Post argumenteert dat het Saksische mannen waren die op de Urker landgoederen werkten en zij dus, in hun taal, Urk zijn naam moeten hebben gegeven, Ur = oer/oorsprong + Eck of Ecke = hoek, Urreck een ‘oorspronkelijke uithoek in het landschap’. Deze suggesties lijken echter stilweg de naam Urk te ontlenen aan wat men van Urk sinds 966 weet!

Maar duidt de moeilijkheid de betekenis van de naam Urk te achterhalen nu juist niet op het feit dat we hier in 966 al met een waarschijnlijk oude naam te maken hebben! Moeten we niet verder teruggaan in de tijd om zijn betekenis te vinden! Laten we dus verder teruggaan in de tijd om te zien of deze veronderstelling klopt!

Urk in de Vroege Middeleeuwen

De jaren van 500 tot 1000 worden de Vroege Middeleeuwen genoemd en die periode was een tijd van overgang van de Romeinse cultuur naar een meer Germaanse. Het West-Romeinse rijk had rond 400 zijn einde gevonden, het klimaat was warmer geworden en de zeespiegel gestegen, waardoor het tussen 300 en 500 AD vrijwel niet meer mogelijk was nog in Noord-Nederland te verblijven. Maar vanaf 500 daalde het water weer en begonnen hele stammen van boeren uit het oosten, onder druk van oprukkende Hunnen in Oost-Europa, over zee en over land de kustgebieden rond de Noordzee af te zoeken naar nieuw land en een nieuw bestaan. Ze trokken naar ons gebied en verder tot in Engeland toe, waar we ze leren kennen als de Angelsaksen. Op deze manier ontstond dus een groot, nieuw cultuurgebied van Germaanse stammen in de kustgebieden rond de Noordzee. (zie noot 3) Hier sprak men dezelfde taal en door de onderlinge verwantschap ontstond er al spoedig een levendige handel ontstond die leidde tot de bloeitijd van Frisia.  Deze leidde tot ook toenemende handel in onze streek, waarbij uiteindelijk belangrijke stapelplaatsen ontstonden, waar goederen werden overgeslagen, en waaruit plaatsen als Stavoren en Kampen zouden ontstaan. Als we dus naar de betekenis van de naam Urk of Urrick willen zoeken - stel dat die in deze tijd werd gegeven – dan kunnen we in dit hele gebied rond de Noordzee, tot in Engeland zoeken naar parallellen: zijn er in het Angelsaksische gebied plaatsen die op ‘Urk’ of ‘Urrick’ lijken?

En al gauw komen we zo de naam Urswick tegen in noordwest Engeland. (zie noot 4) Urswick  ligt aan een meer tegen enkele heuvels. De meest gebruikelijke betekenis van deze naam uit het oud-Engels is dat het een samenstelling is van ur + sae + wic. Ur komt van ‘oeros’ (van urohso in oud hoog Duits, urus in Latijn), wat echter in de praktijk het veel kleinere getemde rund betekende, dat van deze oeros afstamde en al door de eerste boeren met de Swifterbantcultuur naar Nederland was gebracht. ‘Sae’ betekent ‘zee’, maar duidt als tweede lettergreep een ‘meer’ aan. Dus samen betekenen deze woorden ‘het rundermeer’, zoals Ens afgeleid kan zijn van ‘End sae’, eendenmeer. ‘Wic’of ‘wick” betekent (vee)boerderij, landgoed of soms ‘handelsplaats’ als het vroeger aan een Romeinse weg lag. Urswick betekent dus zoveel als ‘(vee)boerderij gelegen aan het rundermeer’. Het merkwaardige is bovendien dat een familienaam ‘Urrick’ met Urswick verbonden is geweest. (zie noot 5) Betekent dit dat de afstammelingen van de eerste boeren op deze boerderij in Urswick zich naar deze boerderij zijn gaan noemen – wat zeer goed mogelijk is – maar dat hun naam geleidelijk is verkort van Urswick naar Urrick, zoals Endsae verkort werd naar Ens? Het is zeer goed mogelijk, maar zeker weten doen we het nog niet.

De naam van het Engelse Urswick lijkt op deze manier licht te kunnen werpen op de betekenis van de  naam ‘Urk’ en ‘Urrick’. Toeval lijkt dit niet te zijn, daar we op dezelfde manier ook licht kunnen werpen op andere plaatsnamen (zie bijvoorbeeld Hindeloopen (zoek hindlip-), Stavoren (zoek op stav-) of Drachten (zoek op dra-)! Zo kan de naam Urk in de Vroege Middeleeuwen ontstaan zijn uit ur + wick, dat ‘veeboerderij’ of ‘landgoed voor veeteelt’ kan betekenen, als een groep eenvoudige boerenhoeven die zich bezig hielden met veeteelt van het type kleine runderen, dat door de eerste boeren al naar Nederland was gekomen en afstamde van de veel grotere oeros. Of is de naam Urk nog ouder en bestond die al in de Romeinse tijd, net als Urswick, en duidt wic of wick misschien ook op een vroegere Romeinse handelspost?

Urk in de Romeinse tijd

Vooral in de 19e eeuw zijn er nogal wat schrijvers die de naam Urk in verband brengen met een volkstam, de Uriërs (waar ook de Stauriërs worden genoemd, die aan de bakermat van Stavoren zouden hebben gelegen), genoemd door de Romeinse schrijver Plinius de Oudere in zijn boek Naturalis Historia, boek 4, hoofdstuk 15. Zo schrijft de jurist Schrassert “Dat de Zuiderzee bij verloop van tijd veel land tot water heeft gemaakt, is met vele plaatsen bewijslijk. Beziet maar recht tegenover Campen het Eyland Urck, de Maalstadt (na geloofwaardige gissingen) van de oude Uriërs, die van Plinius geplaatst werden op den Rijn tussen den Briel en Vliestroom, en naar alle waarschijnlijkheid niet alleen een grote streek van de tegenwoordige Zuiderzee, maar ook hun naam medegedeeld hebben aan Urkedam, bij en tegenover Amsterdam gelegen.” (zie noot 6) Daarnaast is er het verhaal van de Friese opstand tegen de Romeinen in 27 AD, toen de nieuwe gouverneur Olennius van de Friezen eiste dat ze hun schatting in koeienhuiden voortaan moesten afdragen in die van de grote, wilde aurochs/oeros, in plaats van de kleinere runderen van de boeren in die tijd!

Van deze Uriërs is tot nu toe weinig verder bekend – betekent hun naam ‘de Oerossen’ of ‘Veehouders’ woonachtig in het noordelijk deel van de Nederlandse Rijndelta? Wat wel uit de Friese opstand valt af te leiden is dat boeren dit kleine type vee hadden en dat er verzamelpunten geweest moeten zijn, waar de huiden aan de Romeinen werden overgedragen. En zou Urk daar één van zijn, waarbij Urk door de Romeinen dan gelezen werd als Ur+wick, handelspost van koeienhuiden? Wat het niet onmogelijk maakt is een bericht in de Flevopost van 2020 dat er ten zuiden van Lelystad resten zijn opgegraven van wat mogelijk een Romeinse wachttoren is geweest (zie noot 7) om de route van de Rijn langs de Vecht, over het Flevomeer naar de noordelijke kust te bewaken en te beheersen. Zeer wel mogelijk zouden ze ook zo’n uitkijkpost op het schiereiland Urk gehad kunnen hebben of misschien wel een, ongetwijfeld kleine handelspost.

Voorlopig is daar echter niets over bekend, want bij het hedendaagse Urk zijn nog geen tekenen van Romeinse aanwezigheid gevonden, hoewel dit ook kan komen door het feit dat zo’n uitkijk- en handelspost dan zeker een stuk westelijker gelegen zal hebben, waar nu het IJsselmeer is.

Aurochs en runderen

In 2011 beschreef de Groningse archeologe Wietske Prummel in het Journal of Archeological Science de restanten van de jacht op een vrouwelijke aurochs in het stroomgebied van de Tjonger die als Overijsselse Vecht in het Urker deltagebied uitmondt, in de late Steentijd rond 6000 – 3500 BC. Uit diezelfde tijd is op vroegere rivierduinen bij Urk al semipermanente bewoning geconstateerd door boeren uit de Swifterbantcultuur, waarbij ook botten van een kleiner soort rund gevonden zijn. (zie noot 9). Dit duidt er volgens ons op dat het stroomgebied waar de Overijsselse Vecht en later ook de IJssel op uitmonden zeer geschikt is geweest voor de wilde oeros, ook wel Aurochs geheten. Deze konden uitstekend hun weg vinden in moerassig gebied en aten bij gebrek aan grassen ook van de bomen.

Met de komst van de eerste boeren zijn ze echter geleidelijk uitgestorven, hoewel kleinere afstammelingen als wilde runderen nog kunnen hebben voortgeleefd. Daarnaast brachten de boeren van de Trechtercultuur, ook wel Hunebedbouwers genoemd, hun eigen getemde vee mee, ook afstammend van de oeros. Dit kleinere vee was meer geschikt voor veeteelt, terwijl het ook goed in drassig gebied kon leven. Aldus moeten we constateren dat het gebied rondom het huidige Urk al sinds de komst van de eerste boeren het leefgebied van kleinere runderen is geweest, levend in het wild of gehouden door boeren. En op enig moment zal dit vee kenmerkend voor dit gebied zijn geworden en de herinnering daaraan zijn opgegaan in de naam Urk.

Samenvatting

Juist de ondoorgrondelijke, korte naam van Urk heeft altijd speculaties opgeroepen naar zijn oorspronkelijke betekenis. Als deze naam voor het eerst in 966 in historische documenten opduikt is deze in tegenstelling tot andere omliggende plaatsnamen niet te duiden en lijkt de naam dus van oudere datum te zijn. Aan de hand van vergelijking met Angelsaksische plaatsnamen wordt de mogelijke betekenis van Urk al helderder als ‘boerenhoeve voor de veeteelt van kleine runderen’. Het woorddeel wic of wick kan echter ook (Romeinse) handelspost betekenen en de ouderdom van de naam Urk sluit deze mogelijkheid niet uit, maar is ook niet aantoonbaar zonder archeologische aanwijzingen daartoe. Archeologische opgravingen daarentegen tonen daarentegen wel onomstotelijk aan dat het deltagebied van de Overijsselse Vecht en later de IJssel van de vroegste tijden af het leefgebied is geweest van onder andere de wilde oeros en daarna zijn kleinere nakomelingen, gedomesticeerd door de boeren. Op welk moment dit vee, urochs geheten, zijn naam aan ‘het Urker land’ heeft gegeven, blijft voorwerp van nader onderzoek.

 

Noten

 

  1. Zie ‘De herkomst van de naam Urk’ in ‘Het Urkerland’ van 13-11-2006
  2. Zie Gerard van Berkel en Kees Samplonius, Nederlandse plaatsnamen verklaard, 2018. Zie https://etymologiebank.nl/trefwoord/urk
  3. Zie Michael Pye, Aan de rand van de wereld, hoe de Noordzee ons vormde, 2015
  4. Zie Key to English Place names- Urswick. De naam bison nemen we niet over, zie Wikipedia over aurochs. Deze methodiek is ook toe te passen op andere plaatsnamen in Friesland, als bijvoorbeeld Stavoren (Stav-), Hindeloopen (Hindol-) of Drachten (Dra-).
  5. Zie www.houseofnames.com/urrick-family-crest
  6. Johan Schrassert, Hardevicum antiquum, ofte: Beschryvinge der stadt Harderwyck, Lunterbosch, 1732, p. 19
  7. Zie https://www.omroepflevoland.nl/nieuws/117758/graven-in-de-historie-van-de-jongste-provincie
  8. Zie Wietske Prummel, Marcel J L Th Diekus, Late Mesolithic hunting of a small female aurochs in the valley of the River Tjonger (the Netherlands) in the light of Mesolithic aurochs hunting in NW Europe, in Journal of Archeological Science 38 (2011), p.1456 – 1467.
  9. Zie https://easy.dans.knaw.nl/ui/datasets/id/easy-dataset:45130 of www.Flevolanderfgoed.nl (Prehistorische vindplaats Urk E-4)

 

 

 

 

Kaart van de Nederlanden in de Romeinse tijd, Pieter Willem Marinus Trap, after Willem Jacob Hofdijk, 1855 - 1857