Urk aan het eind van de negentiende eeuw. Aquarel van W.W. May.

Nestor van de Urker geschiedenis

Door Lucia de Vries | Ook dit jaar, op de Dag van de Urker Geschiedenis, reikt de Stichting Urker Uitgaven de Cornelis de Vries-prijs uit. De prijs is vernoemd naar de ‘nestor’ van de Urker geschiedenis: de onderwijzer Cornelis Trompsz de Vries, auteur van ‘Geschiedenis van het Eiland Urk’.

Het levenswerk van Cornelis de Vries was de eerste brede publicatie over de Urker geschiedenis. Helaas kon De Vries geen uitgever voor zijn omvangrijke manuscript vinden. Wel werd zijn handgeschreven manuscript tijdens de inpoldering als bron gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek. Piet Meertens maakte er bijvoorbeeld gebruik van om zijn hoofdstuk over de geschiedenis van Urk voor Het Eiland Urk (1942) te schrijven.

Cornelis de Vries werd in 1867 in de Achterbuurt van Urk geboren. Hij was de zoon van Tromp de Vries en Jannetje Kramer, en stond bekend als ‘Knielus van Tromp’. Op 15-jarige leeftijd verliet hij het eiland om in Nijmegen aan de kweekschool te studeren. Na zijn studie ging Cornelis als onderwijzer aan de slag op scholen in Haarlemmermeer, Nijkerk en Amsterdam. Uiteindelijk werd hij hoofd van de School met de Bijbel te Leerdam.

In Leerdam trouwde Cornelis in 1893 met Catharina Callenbach, dochter van de bekende uitgever Callenbach. Cornelis en Catherina kregen acht kinderen. Hun gezinsstaat vindt u hier.

Als in 1912 de Urker Courant wordt opgericht is Cornelis medewerker van het eerste uur. De krant publiceert onder andere zijn Brieven uit Leerdam. Een van de vaste adverteerders is… Uitgeverij Callenbach. In 1920 publiceert hij zijn boek Gemoedsbezwaren. Hierin gaat hij in op bezwaren in zaken als leerplicht, vrouwenkiesrecht, vaccinaties, gezangenkwestie, etc. Het is een bundeling van zijn artikelen over dit onderwerp die eerder in de Urker Courant verschenen. Na de herstart van de Courant in 1923 werd Cornelis eind- of hoofdredacteur.

Catharina overleed in 1924. Vijf jaar later werd Urk verrast met het bericht dat Cornelis opnieuw was getrouwd. De weduwnaar had de boot naar Batavia gepakt, toen een avontuurlijke tocht van ruim een maand, en daar een 18 jaar jongere vrouw ten huwelijk gevraagd. Zijn nieuwe echtgenote was Geertje Kramer, ook van Urker afkomst, hoofdverpleegster in Buitenzorg, Nederlands Indië.

Geertje (1885) was de oudste dochter van Pieter en Grietje Kramer. Ze kwam uit een groot gezin: negen broers en zussen, waarvan er twee jong overleden. Haar ouders verhuisden rond 1880 naar Den Helder, zoals veel Urker vissersfamilies in die tijd. Toen haar vader in 1911 overleed,verhuisde het gezin terug naar Urk.

Geertje was een van de weinige Urker vrouwen van haar generatie die de kans kreeg om een vak te leren. Ze werd verpleegster en accepteerde een functie in Nederlands-Indië. Ze kon ook goed schrijven. Zowel Cornelis als Geertje publiceerden regelmatig in De Urker Courant, die in 1912 voor het eerst verscheen. Cornelis schreef ‘Brieven uit Leerdam’ terwijl Geertje vanuit Batavia ‘Brieven uit Nederlands-Indië’ en de feuilleton ‘In het licht zijns aanschijns’ opstuurde.

Af en toe reageerde Cornelis in de krant op Geertje’s Brief uit Indië. Zij zal van 1915 tot 1926 haar brieven blijven schrijven. “Ik spreek Engels en Maleis en schrijf in ’t Nederlands maar ik dink in ’t Urkers”, vertelde ze aan Tromp de Vries (auteur van Vrouwen van Urk).

Vooral na zijn pensioen werkte de voormalig onderwijzer hard aan zijn onderzoek naar de Urker geschiedenis. Na de oorlog lag het handgeschreven manuscript (bestaande uit 32 schriftjes) klaar. De auteur kon echter geen uitgever vinden. Cornelis overleed in 1949 voordat zijn levenswerk het licht had gezien.

Pas in de zestiger jaren groeide op Urk de belangstelling voor de eigen geschiedenis. Vooral onderwijzer Tromp de Vries (oomzegger van Cornelis) zette zich in voor het redigeren, selecteren en publiceren van het manuscript. Het boek verscheen in 1963. Het kistje met de schriftjes is nog altijd in het archief van Urker Uitgaven te vinden.

Ontroerend is de manier waarop Cornelis zijn levenswerk aan zijn ‘Vrouwe’ Geertje opdroeg:

Urk is in blift oenze Urk, niet waor?
Al legt het an een dik.
Al venen vreemden ‘t nog zo raor,
Wij bleven Urkers, jie in ik.

Geertje bleef na de dood van Cornelis zeven jaar weduwe en trouwde in 1956 met Harm Dijkema, een Groninger. Zij overleed in 1973 in Bennebroek en werd op Urk begraven.

De Urker geschiedschrijving heeft veel aan deze nestor te danken. Door archieven in binnen- en buitenland uit te spitten verzamelde hij een rijke bron aan gegevens. Veel daarvan is tot op de dag van vandaag weinig bekend. Cornelis’ werk vormt nog altijd de basis voor alle (oude) geschiedschrijving over Urk. Geen wonder dat de Prijs van de Urker Geschiedenis naar hem is vernoemd.

Historische publicaties