Een baken in zee

1616

Jonkheer Van der Werve koopt het eiland Urk, wordt er op zijn verzoek tevens mee beleend en wordt hiermee Heer van Urk en Emmeloord (het noordelijk deel van Schokland ). Het bezit levert hem echter weinig op en mede daardoor pleegt hij minimaal onderhoud. Het eiland kalft steeds verder af. Amsterdam komt snel op als handelsstad, de scheepvaart vanuit deze stad over de Zuiderzee neemt toe. Urk is een belangrijk oriëntatiepunt op de route naar de Noordzee.

Burgemeester Gerrit Jacob Witse van Amsterdam dringt er bij de Pilotage Commissie, een samenwerkingsverband tussen de steden Amsterdam, Enkhuizen, Hoorn en Medemblik met als taak de scheepvaartroutes over de Zuiderzee te beveiligen, op aan om op Urk een vuurbaak te bouwen.

1617

Het verzoek wordt gehonoreerd en op Urk wordt een stenen vierkante vuurbaak gebouwd. Gerrit Jacob Witse ontsteekt het eerste vuur. Voortaan wordt in het donkere jaargetij elke nacht een kolenvuur gestookt ter oriëntatie van de scheepvaart.

1649

Als gevolg van de landafslag wordt de vuurbaak bedreigd. Hij wordt verder landinwaarts geplaatst.

1659

De vuurbaak wordt weer verder landinwaarts geplaatst om te voorkomen dat hij in zee stort. Er zijn namelijk geen afdoende maatregelen door Van der Werve genomen om de landafslag een halt toe te roepen.

1660-1661

Amsterdam besluit de Hoge Heerlijkheid Urk en Emmeloord te kopen van Van der Werve om de bakenfunctie van het eiland Urk voor de scheepvaart veilig te stellen. De Staten van Holland worden leenheer en benoemen Andries de Graeff, een burgemeester van Amsterdam, tot leenman en daarmee tot Heer van Urk en Emmeloord.

In augustus 1661 bezoekt een afvaardiging het eiland om het bezit te inspecteren. Dat situatie valt ze niet mee. Tijdens een diner in het huis van de schout belooft Amsterdam goed voor Urk te zorgen en belooft Urk de plichten ten aanzien van de nieuwe heer trouw te vervullen en, eindelijk, protestant te worden.

1662-1700

Amsterdam voert maatregelen uit om het landverlies tegen te gaan en daarmee Urk en de vuurbaak te behouden. Deze wordt in 1662 weer verder landinwaarts verplaatst. Het hoge land bij de vuurbaak wordt zoveel mogelijk glooiend gemaakt (1663) en er komt een houten beschoeiing bij de vuurbaak (1668). Deze wordt later nog versterkt door zeegras aan de binnenzijde van de beschoeiing te plaatsen (1676). Bovendien wordt de hele hoogte waarop de vuurbaak staat van een beschoeiing voorzien. Het vuur op de vuurbaak moet zomer en winter elke nacht branden.

1700-1780

Op 8 januari 1710 richt een zware storm hevige schade aan. Burgemeester Nicolaas Witsen van Amsterdam gaat als heer van Urk en Emmeloord persoonlijk poolshoogte nemen. Hij schrikt van de omvang van de schade. Een inspecteur gaat op Urk en Emmeloord de schade opnemen en maakt een plan om verdere afslag te voorkomen. Op Urk moeten 34 krabbenhoofden komen langs de Zuidkant en een 150 meter lange strekdam waarachter de vissersschepen kunnen schuilen. Er komt een palenscherm langs de kwetsbare gedeelten van het eiland. De stad schrijft een loterij uit om deze maatregelen te kunnen bekostigen.

In 1751 richten schout en schepenen zich weer tot Amsterdam om aan te geven dat men vreest dat door de landafslag het hele eiland weleens verloren kan gaan. Dat kan Amsterdam niet laten gebeuren. Het palenscherm wordt uitgebreid tot langs de hele kust. Het Hoge Klif, waar de vuurbaak op staat, wordt met gras bedekt om erosie tegen te gaan. Het palenscherm wordt in 1780 verstevigd vanwege de aantasting door paalworm en langs het Hoge Klif komt een glooiing van keien.

Naast de vuurbaak vervult ook de kerk op het Hoge Klif een bakenfunctie voor de scheepvaart. In 1714 lijdt deze hevige schade door een zware storm. Amsterdam stuurt meteen metselaars en timmerlieden om de zaak te herstellen.

1780-1792

In 1781 adviseert de stadsarchitect Creutz dat er een nieuw gebouw moet komen, wil men de kerk en daarmee het oriëntatiepunt behouden. Amsterdam heeft geen geld. Er komt in 1782 een noodgebouw, omdat kerk en toren vrijwel op instorten staan, maar hierin is nauwelijks een bijeenkomst te houden: in de winter is het te koud, in de zomer te warm.

Op 31 augustus 1785 belegt de heer van Urk, burgemeester Hendrik Hooft, bij hem thuis een vergadering over de problemen met de kerk. Er wordt besloten dat er een nieuwe kerk moet komen van goed materiaal en stevig gebouwd. Vanwege de bakenfunctie moet hij op dezelfde plaats komen en moet de toren even hoog zijn als die van de vorige kerk. Bij de vuurbaak moet een noodkaap komen, om tijdens de periode van sloop en bouw toch een oriëntatiepunt aan de scheepvaart te bieden. De nieuwe kerk wordt op 17 december 1786 in gebruik genomen. De noodkaap wordt pas in 1923 afgebroken.

Op 27 april 1792 draagt Amsterdam Urk en Emmeloord over aan de Staten van Holland. Het onderhoud is te duur. Als lid van de Pilotage Commissie blijft Amsterdam invloed houden op het functioneren van Urk als baken voor de scheepvaart.

1800-2000

In 1809 wordt het kolenvuur op de vuurbaak vervangen door een oliegestookte lampverlichting. In 1813 wordt het beheer van vuren, tonnen en bakens overgeheveld naar het Departement van Marine en valt dus niet meer onder de Pilotage Commissie. Later gaat dit weer over naar Rijkswaterstaat.

De oorspronkelijk vierkante en reeds opgehoogde vuurbaak wordt in 1844 afgebroken en maakt plek voor een hogere ronde vuurtoren. De toren krijgt een draailicht dat door de toepassing van lenzen om de vijf seconden een schittering van 0,2 seconde geeft. In 1899 wordt de toren, na klachten van schippers, vijf meter verhoogd, omdat de nieuwe Bethelkerk het licht naar het oosten toe blokkeert. Om ook bij mist als baken te kunnen functioneren, komt er in 1906 een mistbel aangedreven door een uurwerk. Deze wordt in 1915 vervangen door een motorisch aangedreven misthoorn. Deze heeft tot 1955 dienst gedaan.

Urk op de kaart van Lucas Janszoon Waghenaer 1583-1590. De kerk staat hier nog afgebeeld op het lage gedeelte.
Op de kaart van 1771 staat de kerk niet meer afgebeeld en de vuurboet op het hoge gedeelte.
Werktekening van de Pilotage voor de revisie van de beschoeiing in 1805. Noord-Hollands Archief.
Revisietekening voor de vierkante vuurtoren uit 1833.
Detail van een tekening uit 1833 met daarop de vierkante vuurtoren en de kaap.
In 1844 krijgt Urk een nieuwe vuurtoren die rond van vorm is.
De verhoogde vuurtoren met mistbel.