Een eigen taal

Het Urker dialect is een overgangsdialect, waarin zowel kenmerken van de westelijke (Hollandse) dialecten als van de oostelijke dialecten kunnen worden teruggevonden. Ook hebben het Fries, Frans en Amsterdams (Joods/Jiddisch) het dialect direct of indirect beïnvloed. In het Urkers zijn ook enkele relicten uit een vroegere taalfase blijven bestaan, zoals de ‘e’ aan het woordeinde in ‘arte’ (hart), ‘loove’ (loof, moe). Veel Urker uitdrukkingen komen ook voor in het West-Fries. Wellicht dat het heeft meegespeeld dat veel Urker meisjes op heel jonge leeftijd het eiland verlieten om in Noord-Holland als hulp in de huishouding te gaan werken. Ze kwamen dan maar een of twee keer per jaar naar huis en zullen zeker woorden en uitdrukkingen hebben meegenomen.

Klinkers

Door de afgezonderde ligging van Urk heeft het Urker dialect een nogal van het Nederlands afwijkend klinkersysteem, waarbij de klinkerlengte belangrijk is voor de betekenis van de woorden. Het Urker dialect kent voor al zijn klinkers een korte en een lange variant. Het betekenisverschil tussen een woord met een korte klinker en een woord met dezelfde klinker maar dan lang, laat zich bijvoorbeeld illustreren in de werkwoordsvorm ‘kiek’. ‘Kiek’ met de ‘ie’ van het Nederlandse woord ‘kiekje’ is in het Urker dialect de tegenwoordige tijd en betekent ‘kijk’. Met een lange klinker is het in het Urker dialect de verleden tijd en betekent ‘keek’. De klinker ‘u’ wordt in het Urkers voor twee verschillende klanken gebruikt. Dus net als in het Engels, dat daar berucht om is. Wij gebruiken de ‘u’ in het geval van ‘urgel’ (waarin de u een lagere klinker in de klinkerruimte is, zoals de klank van het Nederlandse ‘löss’ en het Engelse ‘but’), maar ook in ‘buk’ (als in ‘ruk’). Het Urkers kent ook eigen tussenklanken die niet in de westelijke en oostelijke dialecten voorkomen. De Urker ‘ee’ bijvoorbeeld voor de westelijke ‘ij’ en de oostelijke ‘ie’. Urkers: ‘leen’ tegenover het Nederlandse ‘lijn’. Verder ‘peende/pijn’. Een ander voorbeeld: de Urker ‘eu’ voor de westelijke ‘uu’ en het oostelijke ‘oe’. ‘Eus/huis’, ‘reus/ruis’. Een ander fenomeen is de ‘sk’ uitspraak, die het Urkers heeft voor de ‘sch’. Het Urker dialect heeft dat gemeen met veel dialecten in West-Overijssel, hoewel dit ook een relict kan zijn in het West-Fries, uit de daar veel eerder gesproken Friese taal. Het Urker dialect heeft met veel dialecten gemeen dat de klank ‘h’, of zoals op Urk gezegd wordt: de ‘Endriks A’, niet voorkomt. Evenals het Engels heeft het Urker dialect geen beleefdheidsvorm in de tweede persoon enkelvoud. Het kent slechts het beklemtoonde ‘jie’ of het onbeklemtoonde ‘je’.

Oude woorden

Het Urker dialect wordt algemeen van hoog tot laag gesproken. Het is niet teruggedrongen tot de huiskamer. Tromp de Vries meldt al in zijn boek Leven en taal van het eiland Urk (1992) dat het dialect veranderd is sinds hulponderwijzer Koffeman het Urkers het in 1875 voor het eerst heeft opgetekend. Hij vervaardigde toen al een woordenlijst van het Urker dialect. De Vries schrijft: ‘Sedertdien is een aantal woorden dat verband hield met het leven en wonen in die tijd en met de klederdracht verdwenen.’ Als voorbeelden worden genoemd: ‘spaolwaoterskannetjen’ (bierkruik), ‘vaotaoren’ (inham in vertrek naast bedstede), ‘mussien’ (kwartliter), ‘zuunige’ (varkenstrog), ‘bokkert’ (voorover), ‘truppetaosies’ (kopspijkertjes), ‘zwebelstukkien’ (lucifer), ‘vrao’ (vroeg) en ‘lufs’ (links). Dit is een op zich natuurlijke ontwikkeling geweest. Woorden die niet meer dagelijks gebruikt (behoeven) te worden, raken gemakkelijk in de vergetelheid. Vooral woorden uit de scheepsbouw en visserij, die betrekking hebben op voorwerpen die niet meer gebruikt worden, zijn verdwenen of dreigen te verdwijnen. Ze stammen uit de tijd van de zeilvaart en van de bouw van houten schepen, zoals de botter en de schuit. Nog een voorbeeld van verdwijnende woorden: oude muntwaarden en maten. Nadat deze niet meer gebruikt werden, raakten ze vergeten. Eind jaren vijftig van de vorige eeuw was het nog heel gebruikelijk om als bestelling een ‘mingele’ (= een liter) melk op te krijgen, of ‘twie koppen’ (= een halve liter) melk en haalde schrijver dezes een ‘alleve kanne (= een halve liter) petereulie’ bij onze bakker. Maar ‘skillingen’ (schellingen, zes stuiver-stukken) en ‘verdeaten’ (2 ½ cent-stukken) waren toen eigenlijk al uit het dialect verdwenen. Hoe lang zal iemand nog weten dat ‘een tippe’ de stijve punt van een ‘milde’ (korset bij Urker vrouwendracht) is? Hier valt ook weinig meer tegen te doen dan deze woorden te bewaren in een woordenboek. Een ander punt zijn de klankveranderingen die zijn opgetreden. Veel woorden die bij Koffeman een ‘e’ of ‘ae’ hadden, hebben inmiddels de a of aa gekregen: nermen (armen, narmen), erk (ark), merk (mark), derm (darm) verken (varken), benkien (binkien), genkien (ginkien), ertjen (artjen), krensien (kransien), mendjen (mindjen), aerd (aard), aersen (aarsen) en laerzen (laarzen). Ook vindt er een verschuiving plaats van de ‘e’ naar de ‘ie’ bij verleden deelwoorden. Koffeman gaf nog: egeten, elezen, emeten, waar tegenwoorden bijna algemeen wordt gezegd: egieten, emieten, eliezen. Opvallend is dat dit een klankverschuiving is die niet in de richting van het Nederlands gaat.

Invloed van buiten

Uiteraard heeft de inpoldering van de Zuiderzee, de opkomst van radio, tv en internet, dus het verdwijnen van het isolement, een grote invloed gehad op de samenleving en daarmee ook op het dialect. Helaas worden prachtige Urker woorden, die nog volledig beschrijven wat men hedendaags kent en gebruikt, vervangen door nieuwe woorden, soms nog wel ingepast in het Urker klanksysteem. Vooral woorden die ver van het Nederlands afstaan, dreigen als eerste slachtoffer te worden van de nieuwe tijd. Esselaor (knikker), kruulluul (wieltje), ossebosse (schommel), snijacht (sneeuw), eek (azijn), damie (straks), taote (vader) en mimme (moeder), ze staan op onze lijst van bedreigde woorden. En de Urkertjes rennen tegenwoordig, terwijl hun ouders nog ‘vleugen’.

Spelling

Een gevoelig punt bij de dialecten is de spelling. Er is geen autoriserende instantie die hierbij een absoluut eindoordeel geeft zoals bij het Nederlands. Het Urkers bestond lang alleen als spreektaal waarbij er weinig of geen behoefte was aan een uniforme schrijfwijze. De behoefte daaraan begon toen er meer en meer werd geschreven in de Urker taal. Er werd in eerste instantie volop geëxperimenteerd met allerlei schrijfwijzen. Met de komst van de Dialectkring, (voorloper van de Stichting Urker Taol, die verhalen en boekjes in de Urker taal uit ging geven) werd de noodzaak om te uniformeren steeds meer gevoeld. Een schrijfwijze met allerlei leestekentjes of fonetische tekens werd losgelaten. Het ontwikkelen van een spelling betekent bij een dialect niet dat deze uniform en door ieder toegepast kan en wil worden. In veel geschreven uitingen van het Urker dialect komt men soms de meest exotische schrijfwijzen tegen. Soms met hartstocht verdedigd. De sociale media leveren zo teksten op die meer ‘mengtaal’ zijn dan ‘dialect’. Het verdient aanbeveling om in min of meer officiële uitingen van gemeente, stichtingen en uitgeverijen zich te conformeren aan de spelling van de Stichting Urker Taol.

Een praatje op straat.