Urk in de Vroege Middeleeuwen

1. De Franken: Gedurende het bestaan van het Romeinse rijk was er nooit volledige rust. Diverse Germaanse stammen kwamen in opstand en probeerden de Rijn over te steken om Romeins grondgebied te veroveren. Telkens werden ze echter verslagen en werd hun stamgebied verwoest. Overlevenden van deze stammen trachtten zich aan te passen aan de Romeinen, resulterend in een groep Germanen die niet langer gebonden was aan een specifieke stam: de Franken. Na het vertrek van de Romeinen wilden de Franken een Frankisch rijk stichten dat even groot was als het Romeinse rijk. Karel de Grote werd de eerste keizer van dit rijk.

2. De Zeevolken: Aanvankelijk probeerden de Romeinen de hele Germaanse kust onder controle te krijgen, maar dit bleek te ambitieus en ze trokken zich terug tot aan de Rijn als hun rijksgrens. De Germaanse stammen die langs de kust woonden, beseften dat ze alleen door gezamenlijke inspanningen hun vrijheid konden behouden. Dit leidde tot het ontstaan van nieuwe banden tussen verwante stammen rond de Noordzee, zoals de Friezen, Angelen, Saksen, Denen en later de Vikingen uit Scandinavië. Hun rijk strekte zich uit langs de Noordzeekust, en hun invloed reikte tot aan plaatsen zoals Dorestad en Parijs.

3. De Romeinse kerk: Om een sterkere eenheid in hun rijk te bereiken hadden de Romeinen besloten dat alle burgers, wat hun etnische achtergrond ook was, zich tot de officiële godsdienst van de staat dienden te bekeren: het christendom onder leiding van de kerk in Rome. Na de val van het Romeinse rijk probeerde de kerk van Rome dan ook het christelijk geloof als enige godsdienst te propageren.

De hele geschiedenis van de Middeleeuwen laat de strijd zien tussen deze drie krachten, die elk streefden naar dominantie in Europa. De Franken slaagden erin grote delen van Europa op te nemen in hun keizerrijk. De Zeevolken daarentegen bouwden zelfstandige staten langs de kust, zoals Frisia voor de Friezen, Danelaw in Engeland voor de Angelsaksen en Normandië in Frankrijk voor de Noorse Vikingen. De Romeinse kerk slaagde er uiteindelijk in om het christelijk geloof verplicht te maken in het Frankische rijk. Omdat de Zeevolken vasthielden aan hun traditionele overtuigingen, probeerde de Rooms-Katholieke kerk hen eerst te bekeren met behulp van monniken uit Groot-Brittannië, waar een meer Germaans christendom was ontstaan. In ons land gebeurde dit onder andere via zendelingen zoals Willibrord. Rome wilde echter dat ze zich ook aan de Romeinse kerk zouden binden, wat moest worden bereikt via Bonifatius. De kustvolken waren hier echter niet van gediend en Bonifatius werd in 754 vermoord.

Urk, een eiland op de grenzen

In de Vroege Middeleeuwen stroomde ten westen van Urk het water van de Rijn langs Utrecht via het Vlie naar het noorden. De IJssel stroomde zowel onder Urk in het Almere als boven Schokland, samen met het water van de Overijsselse Vecht boven Urk langs om onder Stavoren in het Vlie uit te monden. Bij laag water was het mogelijk om op bepaalde plaatsen deze rivieren over te steken, maar naarmate het waterpeil steeg, werd Urk steeds meer een eiland. Het is begrijpelijk dat Urk soms werd aangeduid als een “gebied”, soms als een “eiland” en soms als “de eilanden Urk”.

In 734 versloeg Karel Martel definitief de Friezen bij de Boorne. Hij schonk onder andere het zuidelijke gebied aan het bisdom in Utrecht, zodat van daaruit de bekering van de Friezen kon plaatsvinden. Destijds was Stavoren de belangrijkste plaats in Friesland. Samen met Medemblik was het in de 7e en 8e eeuw uitgegroeid tot een belangrijke internationale handelsstad, vooral in de zouthandel met de Oostzee. Het zout werd gewonnen uit het lage veengebied in de omgeving, mogelijk ook bij Nagele, dat destijds de belangrijkste haven van het eiland Urk was. Het bisdom klaagde echter dat de weinige christenen die aanwezig waren in Friesland, de meer Germaanse manier van Willibrord volgden. Ze wilden hen meer in overeenstemming brengen met Rome en besloten daarom in 838 het voorouderlijke heiligdom (een alah) bij Stavoren te vernietigen en er een klooster te bouwen, van waaruit het Romeinse christendom verspreid kon worden. Het is waarschijnlijk dat op dezelfde manier ook de oude heiligdommen in de omgeving werden vernietigd of omgebouwd tot christelijke kerkjes, met de bedoeling dat deze de levensonderhoud van het klooster zouden ondersteunen. Het exacte tijdstip van deze gebeurtenissen is moeilijk vast te stellen, maar het is zeker dat ook de oudste kerk op Urk op deze manier tot stand is gekomen.

Er zijn verschillende redenen waarom we met zekerheid kunnen stellen dat het eiland Urk ook zijn eigen voorouderlijke heilige plaatsen had, ook al is het exacte tijdstip waarop deze plaatsen werden vervangen door christelijke kapellen en kerkjes moeilijk te achterhalen. Hier zijn vier belangrijke redenen:

1.In een stichtingsoorkonde van Andreas uit 1132 wordt een lijst gegeven van de kapellen die het klooster van Odulphus bij Stavoren moesten ondersteunen, waarbij ook Urk wordt genoemd. Hoewel we niet precies weten wanneer deze ondersteuning aan het klooster, dat in 838 werd gesticht, is begonnen, maakte Urk wel deel uit van dit Friese kersteningsproces. Het is interessant op te merken dat ook Emmeloord hiertoe behoorde, maar niet Ens, dat meer gericht was op Salland.

2. Het heiligdom bij Stavoren stond bekend als een “alah”, wat verwees naar de scheiding tussen het heilige en het alledaagse. Er was ook een meer algemene term, “wiha”, die verwees naar houten palen. “Harug” betekende offerplaats en “loh” verwees naar een heilig bos. In 1317 wordt er op Urk melding gemaakt van een kerk in Espele op een Espelerberg. De naam “Espele” of “Ethspil” betekende in het Oudfries “eedspraak”, wat een plaats aanduidt waar recht werd gesproken. De benaming van deze kerk als parochiekerk lijkt de speciale functie ervan te bevestigen. Wat de precieze betekenis van deze verschillende soorten heilige plaatsen en hun benamingen ook was, ze dienden allemaal als centrale ontmoetingsplaatsen waar stammen bijeenkwamen om seizoensfeesten te vieren, gezamenlijke offers te brengen en recht te spreken.

3. Een voorbeeld van dit rechtssysteem vinden we op Urk in het instituut van de “Landers”, ook wel bekend als de “Landerskerk”. Hieruit blijkt dat hun plichten en rechten in christelijke tijden meestal werden vastgesteld in de kerk, wat klaarblijkelijk een voortzetting was van de bijeenkomsten op de heilige plaats in voorchristelijke tijden. Het feit dat het ging om het vaststellen van rechten en gebruiksrechten wijst duidelijk terug naar voorchristelijke tijden, toen het land tot de gemeenschap, tot de “gemeente” behoorde en nooit particulier bezit kon worden. Dit instituut werd pas in de 20e eeuw op Urk afgeschaft.

4. Een ander instituut dat nog steeds bekend is op het huidige Urk, is de zondagsrust, ook wel bekend als de zondagsvrede, verwijzend naar de vrede die werd uitgesproken wanneer mensen samenkwamen op de cultusplaats. We kennen dit oude begrip nog steeds in termen zoals huisvredebreuk.

Op deze manier betreedt Urk in 966 de geschiedenis, zoals blijkt uit oorkonden die ten behoeve van kloosters zijn opgesteld. Het is geen radicale breuk met het verleden, maar eerder een geleidelijke verandering van familietradities naar lidmaatschap van grote regionale en zelfs wereldwijde instellingen. Een belangrijke vraag daarbij was: “Blijf ik nog steeds trouw aan de tradities van mijn voorouders?” Het is geen toeval dat veel dorpskerken alleen betreden kunnen worden na een bezoek aan de (begraven) voorouders.

Dit proces zal ook op Urk hebben plaatsgevonden, hoewel het exacte tijdstip onbekend is. Zoals we vandaag de dag nog steeds kunnen zien in Friesland, stonden de oudste kerken op de heuvels van voormalige voorouderlijke heiligdommen. Op het eiland Urk herinnert de belangrijkste en oudste kerk, Espele genaamd, en de heuvel waarop deze stond, de Espeleberg, hoogstwaarschijnlijk aan deze traditie. “Ethspil” betekent in het Oudfries “eedspraak”, wat verwijst naar een plaats waar recht werd gesproken. Espel was dus oorspronkelijk de meest heilige plaats op het eiland Urk. Het was de plek waar families op Urk, later stammen genoemd, bijeenkwamen om belangrijke aangelegenheden van de gemeenschap te bespreken, volksfeesten te vieren en religieuze rituelen uit te voeren. Bij dergelijke gelegenheden werd eerst een zondagsrust of zondagsvrede afgekondigd.

In de Vroege Middeleeuwen was Urk waarschijnlijk dunbevolkt. Gedurende lange tijd, tussen 300 en 500, was de waterspiegel zo hoog dat velen gedwongen waren elders in hoger gelegen gebieden hun toevlucht te zoeken. Toen nieuwe bewoners vanaf de 6e eeuw terugkeerden, vestigden ze zich alleen in de buurt van heuvels en zoet water. Deze boeren waren waarschijnlijk voornamelijk afkomstig uit de regio Stavoren, hoewel er ook Saksische nederzettingen waren vanuit het Vecht- en IJsselgebied, zoals Emmeloord en Ens, zij het in mindere mate. Een groot deel van het land bleef voorlopig onbewerkt. Pas met initiatieven van de Frankische keizer en zijn naaste vertrouwelingen werd dit gebied verder ontwikkeld om ook de Frankische invloed te versterken. Hiermee trad Urk definitief uit de prehistorie en de geschiedenis in, voornamelijk gebaseerd op schriftelijke bronnen.

Urk bevond zich op de grens tussen voorouderlijke tradities en het nieuwe christelijke geloof. In de eerste eeuwen werd het geloof voornamelijk op de manier van de Rooms-Katholieke Kerk gepraktiseerd, maar met de Reformatie keerde het terug naar een meer Germaanse benadering. Door invloeden vanuit kloosters enerzijds en voortdurende invloed vanuit Stavoren anderzijds, leefde Urk ook op het grensvlak tussen Friezen en Saksen, en tussen keizerlijke en lokale heersers.

Bronnen

  • 1. H Halbertsma, Frieslands Oudheid, het rijk van de Friese koningen, opkomst en ondergang, 2000
  • 2. Judith Schuyf, Heidense Heiligdommen, zichtbare sporen van een verloren verleden, 2019