1001 dienstmeisjes

Door Redactie | Het is niet meer voor te stellen dat meisjes van 13, 14 jaar met een doos, rieten koffertje of koffieblik op de boot worden gezet om in Amsterdam of een andere plek in Noord-Holland als dienstmeisje aan de slag te gaan. Meisjes die soms bij het zien van het deftige werkhuis het gevoel hadden ‘van God en mensen’ verlaten te zijn. Die vervolgens zo’n tien jaar lang ‘in dienst’ waren, op verschillende adressen, niet zelden in verschillende delen van het land.

Toch hebben alle Urkers een voormoeder die als dienstmeisje ‘an de walle’ aan de slag ging. De zoektocht van Arjan Baarssen en Lucia de Vries naar Urker dienstmeisjes in Nederlandse archieven heeft al ruim 1000 meisjes opgeleverd.

Al in de 18de eeuw stapten meisjes op de boot naar Enkhuizen om daar vandaan door te reizen naar ‘diensies’ op het platteland of in de steden. Vanaf eind 19de eeuw was het populair om bij Joodse families in Amsterdam te werken. Toen begin 20ste eeuw Urker jongens zich aanmonsteren op haringloggers in Vlaardingen en Scheveningen werden ook de havenplekken populair.

Het dienen ontwikkelde zich als van de meest constante factoren binnen de Urker gemeenschap. Terwijl wereldoorlogen plaatsvonden, het Zuiderzeeproject werd aangekondigd en uitgevoerd, nieuwe vissersschepen en visserijgebieden werden geïntroduceerd en Nederland ingrijpend veranderde, bleven Urker meisjes hun koffertjes pakken. Hun financiële bijdrage hield gezinnen en bedrijven overeind en gaf vrouwen de mogelijkheid om als jonggehuwde een nieuwe stap te maken.

Grote omvang

De overleveringen van hun ‘dienende’ (over)grootmoeders inspireerde Arjan en Lucia tot een diepgaander onderzoek waarbij ze zichzelf verschillende vragen stelden. Zo vroegen zij zich af om hoeveel meisjes het ging, wat ze meenamen, hoe ze werden behandeld, hoeveel procent met een niet-Urker trouwde en waarom het zo goed klikte tussen Urker meisjes en Amsterdamse Joden.

Wat de onderzoekers vooral opviel was de grote omvang. Soms schreef meer dan de helft van de meisjes uit een bepaald ‘bouwjaar’ zich in als dienstmeisje. Minimaal een derde van hen trouwde met een niet-Urker. Verschillende meisjes werden door (beroemde) schilders vereeuwigd en een aantal leerde zó goed schrijven dat ze auteur werden.

Een van de eerste Urker dienstmeisjes uit de dienstboderegisters was Grietje Roelofs Börger (later Burger genoemd), die zich op 1 november 1827 als 26-jarige in de gemeente Twisk liet inschrijven. Een van de meisjes die zich in 1938 voor de vierde keer liet inschrijven was Tiemetje Snoek. Zij werkte na de oorlog bij de bekende juweliersfamilie Schaap in Utrecht, waarmee ze een van de laatste Urker dienstmeisjes was.

Naast archief- en literatuuronderzoek interviewden Arjan en Lucia nazaten. Samen met Klaas Kramer van de Werkgroep Genealogie van Vrienden van Urk stelden zij een lijst van 1096 dienstmeisjes samen die hier te zien is.

Niet van alle populaire ‘dienstplekken’ konden de archieven worden bekeken. Bovendien zijn vanwege de AVG vrijwel alle dossiers van na 1919 gesloten. Vervolgonderzoek is dan ook nodig om een completer beeld te krijgen.

Klik op de cover om deze uitgave van Urcker Kronieken te lezen. U kunt het nummer ook downloaden via de knop links boven aan de pagina. Om het werk van de Stichting Urker Uitgaven te steunen en te kunnen doorgaan met het publiceren van de Urcker Kronieken, vragen wij u om € 2,- per gedownloade uitgave over te maken op rekeningnummer NL 32 ABNA 0436429853 (t.n.v. Stichting Urker Uitgaven). Als u de stichting een warm hart toedraagt mag u uiteraard ook meer overmaken.

Redactie: Marret Kramer, Janna Willems, Mark Broch, Klaas Post.

Dit initiatief wordt ondersteund door:

Andere Essays