Enkele jaren geleden kwam bij graafwerkzaamheden aan de Bornholmlaan een klein, ongebruikelijk bronzen object aan de oppervlakte. Aanvankelijk belandde het als onbeduidend in een bewaarzakje, totdat een medewerker van ons team het onlangs identificeerde als de bovenste helft van een zeldzaam en kostbaar 17e-eeuws zegelstempel (Afb. 1).

Zegelstempels
In het verleden dienden zegelstempels om belangrijke documenten of akten met hete was te waarmerken (Afb. 2). Een dergelijk persoonlijk zegel vormde letterlijk een symbool van macht of ambt, en dragers bevestigden het object vaak zichtbaar aan hun riem. Tot aan de 16e eeuw bleef het gebruik van deze zegels voorbehouden aan de adel en hoogwaardigheidsbekleders. In de daaropvolgende eeuwen tooiden ook welgestelde burgers zich met zegels en zegelringen. Na de 17e eeuw raakte hete was als zegelmiddel geleidelijk in onbruik. Vanaf de 18e eeuw markeerde en verfraaide men documenten voornamelijk met metalen stempels, stempelkussens en inkt.
Een bijzonder zegel
Tot de 16e eeuw bestonden er voornamelijk kleine zegelstempels van lood of andere onedele metalen. Vervolgens nam het formaat toe en ontstond er een duidelijke scheiding tussen een handvat en een stempeldeel. Vervaardigers gebruikten brons of zilver voor de meer verfijnde, kostbare exemplaren. Het stempeldeel bevatte vaak een harde edelsteen waarin zij het familiewapen of de initialen van de eigenaar graveerden. Dit graveren gebeurde doorgaans via de intagliotechniek (steensnijkunst). Hierbij snijdt men de afbeelding uit in het oppervlak (diepdruk), zodat de afdruk in de was juist als een reliëf naar voren komt – een methode die we veel in zegelringen terugzien. Bij de meest uitzonderlijke exemplaren legde men ook het handvat in met een edelsteen, soms voorzien van een extra beeldmerk of afbeelding.
Het zegel dat onderzoekers op Urk aantroffen, behoort tot deze bijzondere categorie. Eind 16e en begin 17e eeuw hanteerden uitsluitend adellijke of invloedrijke personen dergelijke objecten. Op historische portretten beeldden kunstenaars deze zegels zelfs expliciet af om het gezag en de maatschappelijke status van de geportretteerde te benadrukken.

Engelse en andere adellijke families
Hoewel archeologen standaard zegelstempels in allerlei soorten en maten terugvinden, zijn de kostbare varianten uiterst zeldzaam. Binnen Nederland kennen we slechts één compleet bewaard gebleven exemplaar, waarbij het stempel een afbeelding van Sint-Joris en de draak toont. Daarnaast documenteren we nog enkele losse stempels met familiewapens. Bij het Urker zegel ontbreekt helaas het cruciale stempeldeel; we weten daardoor niet welk wapen of welke initialen de steen droeg. Het bovenste deel bevat echter nog wel een van de kristallen intaglio’s en is qua vormgeving volledig identiek aan een bekend Engels zegel dat toebehoorde aan het 17e-eeuwse huis Stuart. Dit wijst op een ontwerp met koninklijke allure (Afb. 3).
Adellijke Urkers?
Gezien het feit dat Urk tegen het einde van de 17e eeuw slechts zo’n driehonderd overwegend straatarme inwoners telde, vormt de vondst van dit luxueuze object op de keileembult toch een raadsel. Hoewel de Urker schouten dankzij inkomsten uit de zeevond (strandvonderij) ongetwijfeld over enig kapitaal beschikten, behoorden zij niet tot de adel. Uiteraard is het denkbaar dat een ambitieuze schout zich een wapen en bijbehorend zegel liet aanmeten, maar hiervoor ontbreekt tot op heden elk historisch bewijs.
Vast staat wel dat de stad Amsterdam het eiland Urk in 1660 aankocht. De Amsterdamse regenten en burgemeesters bezochten ‘hun’ Urk regelmatig en beschikten zeker over dergelijke prestigieuze zegelstempels. Zij voerden bovendien de titel ‘Heer van Urk’. Wellicht heeft een van hen – tijdens een bezoek aan het eiland en na rijkelijke consumptie van het zware, befaamde Urker ‘Dikke Teunis’-bier – zijn zegel met iets te veel enthousiasme op een document gedrukt, waardoor het afbrak?

Rijke handelslieden
Vanaf het einde van de 16e eeuw bezegelden ook welgestelde handelaren hun grote transacties met persoonlijke stempels. Tot begin 17e eeuw gingen er op Urk periodiek grote bedragen om, getuige de vele verrassende muntvondsten uit de Urker bodem. Mogelijk deden handelaren het eiland aan om lokaal zaken af te wikkelen. Nabestaanden maakten de persoonlijke zegels van een overleden handelaar na zijn dood vaak doelbewust onklaar om misbruik te voorkomen. Het fragmentarische zegel kan daardoor ook het vernietigde overblijfsel van zo’n reizende koopman zijn.
De slikhoogte
Na de aankoop van het eiland verplichtten de eerder genoemde Amsterdamse heren de bevolking om al het huisafval tegen de eerste palenrij van hun nieuw aangelegde zeewering te storten. Dit was een van de maatregelen om de verdere kustafslag van het eiland tegen te gaan. Deze palenrij ontsprong onderaan de helling en liep exact door de percelen die tegenwoordig de tuinen van de Bornholmlaan vormen (Afb. 4 en 5). Waarschijnlijk dankt de locatie hieraan haar historische naam: de slikhoogte (slijkhoogte).
Het is aannemelijk dat het fragment van dit kostbare zegel destijds samen met het reguliere huisafval ‘affer disse poalen onger de slikoogte is verdaagd’ (achter deze palen onder de slikhoogte is beland). Dit tastbare overblijfsel geeft daardoor een historische boodschap af aan elke bewoner van de Bornholmlaan die een kuil voor een boom of vijver graaft. Deze ondergrond herbergt een aanzienlijke laag huisafval uit de 17e tot en met de 19e eeuw, en geeft soms munten, kostbaarheden en andere sporen van het oude Urk prijs.
Bronnen:
- Mooij, B.J. (2016). Tekenen van verschriftelijking. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), 1-84.
- Nationaal Archief. (1412). Akte Herman van Kuinre.
- PAN (Portable Antiquities of the Netherlands). Website Archeologie Nederland.
- Zijlstra, J. (1995). Corpus van de in Friesland gevonden middeleeuwse zegelstempels. De Vrije Fries, 74, 37-59.





