Eureka! Urk aan de Afsluitdijk

Urk als centrum van de Afsluitdijk, met dijken aan weerszijden. De eerste ‘vreemde’ burgemeester van Urk, Bastiaan van Putten, was een uitvinder avant la lettre. Als het aan hem had gelegen was Urk het scharnierpunt van de Afsluitdijk geworden. Met wisselend getij en zout water aan de noordkant, en een polder aan de zuidzijde.

Toen in 1864 de Gemeente Stem een oproep deed aan bestuurders om plannen voor inpoldering van de Zuiderzee met behulp van een dijk tussen Enkhuizen en Stavoren te ondersteunen, was burgemeester Bastiaan van Putten meteen enthousiast. Het eiland Urk had genoeg geleden onder zware stormen en overstromingen, vond hij,  op 1 november 1862 aangesteld op het eiland. Van Putten kwam uit Sliedrecht, waar de beste dijkwerkers van het land vandaan kwamen. Hij was in 1843 in Hoorn met Elizabeth van Tongeren getrouwd, toen hij nog als jachtopziener werkte. Verdriet werd het jonge stel niet bespaard: dochtertje Pleuntje overleed op 7-jarige leeftijd; zoon Cornelis zou slechts 21 jaar oud worden.

In 1848 zal Van Putten kennis hebben genomen van het ambitieuze plan voor het afsluiten van de Zuiderzee van zeepfabrikant Jakob Kloppenburg en werktuigkundige Pieter Faddegon. Zij tekenden korte dijken tussen de Waddeneilanden en een lange tussen Enkhuizen en Stavoren. Het gebied ten zuiden van de lange dijk moest worden ingepolderd.

Een jaar later presenteerde ir. Bernhard Pieter Gesinus van Diggelen, de man achter de vaargeul naar Zwolle – Kraggenburg -, een nog ingrijpender plan: niet enkel de Zuiderzee maar ook de huidige Waddenzee moest droog. Stel je voor, Urk midden in een gigantische polder…

In 1864 kroop de Urker burgemeester achter zijn schrijftafel en stelde een beter plan op, gericht aan de Minister van Binnenlandse Zaken. De Afsluitdijk? Die verbond niet Enkhuizen en Stavoren via de kortste route, maar via Urk, een onmisbare schakel in dit grootse plan.

Stevige dijken
Urk was het antwoord op de droogleggingsambities, aldus de voorloper van Cornelis Lely. Het Val van Urk, waar scheepvaart gemakkelijk doorgang kon vinden, was een perfecte plek voor sluizen. De Vormt en het Enkhuizerzand vormden een ideale ondergrond voor de dijk: ‘Ten noorden van dit eiland heeft men p.m. drieduizend strekkende ellen ondiepte en eenen vasten steenachtige ondergrond voor het leggen van een zwaren dijk met een langen steenglooijing…’

Maar dat was niet alles. Want Urk had volgens Van Putten iets wat veel andere plekken niet konden bieden: stenen, zand en keileem. Stenen lagen er op de ondieptes genoeg en voor het zand kon een kanaal ten noorden van Urk worden gegraven. Voor ‘niet minder dan ‘1200 roeden leemklei’ diende de berg bij de vuurtoren drie meter te worden afgegraven. Hiervoor moest wel onteigening van de gronden plaatsvinden.

Voor de dijk naar Stavoren had Schokland nog wel wat keileem in de aanbieding.

Mocht de ‘Noordhollandsche-Friesche Spoorweg’ over de dijk lopen, dan vormde Urk een plezierig tussenstation. Urk zou zorgen voor ‘eene afwisseling … voor het reizend publiek’, met minder zorg omdat hier gebreken aan de treinen konden worden hersteld. Het depot voor steenkool kon op het eiland worden gevestigd, wat de prijs van aanvoer zou drukken. Na aanleg van de treinlijn kon het gebied ten zuiden van Urk worden ingepolderd.

Het plan had nóg een voordeel: de drooglegging bespaarde het Rijk onderhoudskosten voor Urk. Het eiland dreigde net als Schokland te worden ontvolkt. Drooglegging kon het tij keren. Per slot van rekening vergrootte dit plan de overlevingskansen van de Zuiderzeevisserij.

Klaver en haver
De Urker burgemeester zat vol ambities en ideeën. In de tweede door hem geleide raadsvergadering werd besloten om ‘een commissie te benoemen voor werkzaamheden van algemeen nut en voordeel voor deze gemeente, in het bijzonder tot ontginning van eenig land door het gedeeltelijk voor een goede hooiteelt te bezaaien met Spaansche klaver en haver’. In juli 1863 kregen de lezers van de Opregte Haarlemsche Courant een bijzondere advertentie onder ogen. Het college van B&W van Urk zocht een lening van fl 3000 voor verbetering van de landerijen, ‘tegen billijke intrest en jaarlijksche aflossing’. Of de lening voor ontginning en het inzaaien van voedzame klaver en haver er kwam is niet bekend.

Als Van Putten langer had geleefd was er misschien iets van zijn innovatieve plannen terecht gekomen. Op 13 maart 1866 overleed de burgervader op 50-jarige leeftijd.

Maar misschien was er toch naar hem geluisterd. In datzelfde jaar presenteerde ir. Jan Anne Beijerinck een soortgelijk plan. Urk speelde hierin een sleutelrol, het middelpunt van een afsluitdam van Enkhuizen naar de vaste wal ten zuiden van de monding van de IJssel. Het plan werd afgekeurd omdat het te weinig op zou brengen. 

Elizabeth keerde na de dood van haar man terug naar haar geboorteplek Hoorn. Van Putten ligt begraven op het oude kerkhof, met uitzicht op het water, waar hij zulke grootse plannen voor had.

Bronnen:

Archief Stichting Urker Uitgaven, brief van B. van Putten aan Minister van Binnenlandse Zaken, 26 november 1864

Smits, Van hersenschim tot serieus plan; Van Zuiderzee tot Flevoland, Historiek, 11 november 2021

Wiewaswie.nl

De Afsluitdijk van Van Putten, door auteur ingetekend op een kaart van de Zuiderzee van Daniël Veelwaard uit 1841

De plek waar eerder het graf van burgemeester Van Putten stond (foto LdV)

Plan Beijerinck, met een dijk van Enkhuizen naar de monding van de IJssel, via Urk (wikicommons)

Historische publicaties