Kostbaar zoet water en geheimzinnige gangen
Zoet water was op het in de zoute Zuiderzee gelegen eilandje Urk eeuwenlang erg schaars. Soms moesten waterschepen vanaf de vaste wal het tekort aan water voor mens en dier aanvullen. Uiteraard had het eiland wel diepe welputten – zoals de 7 meter diepe put bij Hagedoorn, maar die stonden soms droog of leverden water van matige kwaliteit. Ook regenwater werd opgevangen en bewaard in de grond gegraven reservoirs. Ieder huisje had er wel zo een; gemetseld van bakstenen en dichtgesmeerd met specie. De typische vorm en vooral de ronde bovenkant gaven en geven aanleiding tot geruchten over gangen en tunnels onder Urk.
Open vuur
Toen de kersverse eigenaars (Douwe van Keulen en Marieke Hartman) van Wijk 3-13 vorig jaar meldden dat ze een put gevonden hadden, gingen we ervan uit dat het weer een van de honderden Urker waterreservoirs zou zijn. Immers: de eerste huizen van Wijk 3 werden pas rond 1880 gebouwd en waterreservoirs waren toen verplicht bij de bouw van een huis. Bovendien stonden er voor 1880 vanaf de Bethelkerk tot aan de vuurtoren geen huizen. Op de nabij gelegen vuurbaak (later vuurtoren) brandde van 1617 tot 1809 een open vuur en vanwege brandgevaar mocht op die ‘gemene weide – gemeenteweide’ niet gebouwd en gewoond worden.
Toch een put
En – zoals we verwachtten – lag er midden in de kamer in de grond een groot waterreservoir. Niets speciaals dus, want heel Wijk 3 heeft er een. Maar half onder de buitenmuur lag inderdaad een forse welput die nog vol met water stond (Afb. 1). Keurig rond en met specie tussen de niet eeuwenoude bakstenen. Bijzonder en erg vreemd: waarom groef men ooit een 5 meter diepe welput op slechts 4 meter van de westmuur van de Bethelkerk? Waarom zijn we deze put nog nooit in geschriften of op foto’s tegengekomen? En waarom bouwde men er later gewoon een muur van een schuur half over de put?
Een vreemd 18de-eeuws object in de gemene weide
Op een aantal 18de-eeuwse kaarten staat een puntig object parmantig in de gemene weide. Vooral op de kaart van 1795 is dat gevaarte duidelijk aangegeven (Afb. 2). We weten niet wat het is. Zou het misschien iets met een hengselpomp op een waterput te maken kunnen hebben? Als we deze kaart echter op de situatie van nu leggen dan zien we dat dit object niet op locatie Wijk 3-13 stond maar meer westelijk in de wijk; ergens onder de huizen tussen de Hessel Hoefnagelstraat en de Meester Jansmastraat (Afb 3). Het object zal dus waarschijnlijk niets met onze put te maken hebben. Het lijkt een baken te zijn voor de scheepvaart vanuit Amsterdam omdat het op de noordelijke koerslijn ligt.






De regenwater putten van de Bethel kerk
De put bevindt zich naast de huidige Bethelkerk, de plek waar in 1851 het eerste kerkgebouw werd neergezet voor de Afgescheiden kerk. Toen nog kleiner dan het Kerkje aan de Zee, maar in 1867 volgde al een aanzienlijke vergroting. In 1885 werd het oudste deel afgebroken en kreeg de aanbouw van 1867 de bestemming consistorie en vergaderzaal. De Bethelkerk kreeg toen zijn huidige omvang en was veruit het grootste gebouw van Urk. Het grote dak ving veel regen op en tijdens de bouw werden er drie regenwater-opslagputten geconstrueerd. De ene put was voor gebruik door de koster en de twee andere putten werden verhuurd aan weduwen. Met de verkoop van regenwater konden die wat bijverdienen (Afb. 4). Kan onze put hier iets mee te maken hebben? Nee, want deze waterplaatsen lagen aan de oostmuur van de kerk en waren in feite gewoon grote regenwaterreservoirs.
Wat dan wel?
Als we alles op een rijtje zetten dan blijft er één hypothese over. Op het moment van bouwen in 1851, maar ook bij de latere verbouwingen, lag deze locatie ver weg van de rest van het dorp en de waterputten. Het bouwwerk was bovendien voor Urker begrippen enorm. Het verwerken van de grote hoeveelheden bakstenen van zo’n hoog gebouw vereiste veel specie van goede kwaliteit. Daar was zoet water voor nodig. Zoet water dat op Urk maar spaarzaam voorradig was. Ten zuiden van de bouwplaats lag een zoute Zuiderzee met – los van de klim van ca. 7 meter vanaf zeeniveau – onbruikbaar water. Ook de welputten van Wijk 5 en Wijk 6 impliceerden honderden meters gesjouw met emmers over een verval van 4-5 meter. Daar zat niemand op te wachten. Bovendien konden de benodigde hoeveelheden het dagelijks watergebruik van de Urker burger in gevaar brengen. Waarschijnlijk werd er een waterhoudende laag nabij de bouwplaats opgespeurd en heeft men een put gegraven. Die put bevatte veel water; niet drinkbaar, maar wel geschikt voor bouwwerkzaamheden.
Naschrift
De put lag in 1880 in ieder geval nog tussen de Bethelkerk en het pas gebouwde Wijk 3-13 (Afb. 5). Of de put ook tijdens de vernieuwbouw in 1885 dienst gedaan heeft is niet duidelijk. Wel is zeker dat ze maar kort gebruikt is en dat ze daarna niet – zoals veel andere putten – volgegooid werd met allerlei rotzooi en afval. Er lag – op een stuk hout na – niets in. Ergens in de 20ste eeuw besloot de toenmalige bewoner dat zijn huis een aanbouwtje behoefde en gebruikte hij de put als een stevige basis van de nieuwe fundering. De nieuwe buitenmuur werd dwars over de put gebouwd en vloer en straat dekten vervolgens alles toe. De put bestond niet meer. Totdat anno 2026 de huidige bewoners er een fraaie kerkelijke put in hun bijkeuken van maakten!































































