Evert van Urk: een Urker koggeschipper in 1493

Het had hem zomaar kunnen zijn, op het Zwolse stadgezicht van een anonieme kunstenaar, bevelen gevend aan het roer. Evert van Oerck was een Urker koggeschipper die in de vijftiende eeuw Bentheimer zandsteen leverde voor de bouw van de Dom in Utrecht. Mogelijk verklaart dit ook de vondst van middeleeuwse scheepssintels in Wijk 6.

In 1493 maakt de bouwmeester van de Utrechtse Dom in zijn boeken de volgende aantekening:
“Item Jasper van Condyt heeft gesent een scip met Benthemersteen met de scipper Evert van Oerck houdende 500 voet myn 2 voet, item betaelt genoemde Evert om de vracht hier te brengen metten scip hondert twee florijnen” (Bron).

Een interessante vondst die zou kunnen verklaren waarom op Wijk 6-6 tijdens opgravingen ijzeren scheepssintels zijn aangetroffen. Deze sintels werden gebruikt om naden in de scheepshuid te dichten.

Koggen en koffen

Dat vrachtvaart een belangrijke inkomstenbron voor de eilandbewoners vormde, is bekend. In de vijftiende eeuw waren Urkers niet alleen boeren, maar ook actief in handel en scheepvaart. Volgens Cornelis de Vries voeren zij niet alleen over het Zwarte Water, maar ook over de IJssel, met goederen van eigen bodem of van elders.

De Vries veronderstelt dat de kogge zich in de zeventiende eeuw ontwikkelde tot vissersschuit, op Urk bekend als skeut of schokker. Naast de kogge maakten de Urker vervoerders gebruik van koffen; de familienaam ‘Koffeman’ herinnert nog aan dit type.

Terug naar Evert van Oerck. In de Utrechtse boeken zijn meerdere notities over deze Urker schipper te vinden, die in opdracht van Jasper van Condyt – handelaar in uit Bentheim aangevoerde zandsteenblokken – van Zwolle via de Zuiderzee en de Vecht naar Utrecht voer. Daar werd de lading gelost en vervolgens met ossenkarren naar de bouwplaats van de Dom vervoerd.

Schipper en handelsman

Evert is de eerste in de Urker geschiedenis die we met zijn kogge kunnen traceren als schipper en handelsman. Hij had niet alleen de verantwoordelijkheid voor het op de goede plaats brengen van de lading, maar was ook verantwoordelijk voor de verdere financiële afhandeling. Er werd door de bouwmeester aan de schipper betaald, die vervolgens weer afrekende met zijn opdrachtgever.

Volgens Gerrit van Hezel, auteur over de scheepvaart op de Zuiderzee, moeten we bij de kleinere koggen voor op de Zuiderzee en de rivieren denken aan een vaartuig met een lengte van ongeveer 15 meter en een diepgang van anderhalve meter. Hiermee was ook de Utrechtse Vecht bevaarbaar.

Hoe kwam Evert aan zijn klus? Deed de nieuwe Heer van Urk en Emmeloord misschien een goed woordje voor hem bij de bouwmeester van de Dom? De heerlijkheid was immers enkele jaren eerder in het bezit gekomen van de invloedrijke Utrechtse familie Zoudenbalch.

Die aanname is niet vergezocht: Evert Zoudenbalch speelde als kanunnik van de Dom een belangrijke rol in de ontwikkeling van de kerk als belangrijk Europees liturgisch centrum.

Evert van Oerck met zijn kogge heeft aan dit alles een bescheiden maar belangrijk steentje bijgedragen!

Historische publicaties